|
De
Ronde van Lombardije, noodgedwongen moet ik 35 kilometer afsnijden.
Normaal
gesproken kom je met mij al is het wel eens laat altijd binnen,
deze keer pakte dat even anders uit door diverse oorzaken.
Hier volgt het verslag van deze zware tocht in Lombardije.
De
bus voor de klassieker week was al vroegtijdig volgeboekt
dus toog ik met twee fietsmakkers Pieter en Rob die ik van
eerdere tochten kende op naar San Pellegrino Terme. We waren
’s morgen om zes uur vertrokken uit Purmerend en arriveerden
’s avonds tegen negen uur in ons hotel wat naast de
Le Champion locatie gelegen was. Ik meld me direct even bij
Gerrit van Loo de organisator en kijk even of er nog bekenden
zijn. Arjan heeft triest nieuws, want zijn nieuwe fiets is
gestolen in San Remo. Verder begroet ik Carla, Cor en de bij
ieder bekende Cees Ris.
De
eerste 42 kilometer met twee zware klimmen.
Om zeven uur in de morgen starten we. Speciaal voor deze gelegenheid
had ik mijn nieuw gekochte Le Champion outfit aan. Na een
lichte afdaling naar Zogno begint dan het klimwerk al. De
tweede klim is direct al een kilometer of acht lang en word
gevolgd door een klim naar 1340 meter hoogte waar geen einde
aan schijnt te komen. Twee Belgische zuiderburen laten me
nog weten dat het maar beter is dat mijn baas niet ziet dat
ik zo hard kan werken. Uiteindelijk na 12 kilometer stampen
op mijn 39/32 kom ik boven. Inmiddels ben ik al gepasseerd
door de meeste betere berggeiten. Eénmaal boven krijg
ik mijn eerste stempel van Gerrit. Rob de betere klimmer van
ons drieën is alweer vertrokken en zien we hele dag niet
weer. Juist als ik mijn bidons wil vullen komt Andrea weer
naar boven uit de afdaling. Er iemand in de afdaling over
de balustrade geduikeld en ligt 30 meter lager. Bellen om
hulp lukte hier moeilijk, dus een van de auto’s was
naar beneden voor hulp. Gerrit van Loo gaat direct met de
auto er naar toe. Wij beginnen maar aan onze afdaling want
we moeten toch verder. Op weg naar beneden komt eerst de ambulance
langs even later gevolgd door een reddingvoertuig om de brancard
omhoog te halen. Je voelt je toch niet lekker met al die sirenes
om je heen en je gedachten zijn toch bij de collega die geholpen
word en waarvan je niet weet hoe ernstig het is. Beneden moet
ik eerst ergens water halen voordat we verder kunnen. Ik koop
daar direct even een cola voor de suikers. Inmiddels ben ik
nog alleen met Pieter en we hangen nog een poosje bij Andrea
in het wiel die ons tevens even verslag over de afloop van
het ongeval. Tot de eerste beklimmingen weer komen en gaan
we weer met zijn tweeën verder. Arjan op zijn door zijn
ouders in de nacht gebrachte reserve fiets is ons inmiddels
voorbij en ook Carla flitst voorbij als wij op een terrasje
zitten. Wanneer Pieter en ik op een muurtje even uit de zon
wat zitten uit te puffen sluit Frits zich bij ons aan en gaan
we met zijn drieën verder. Inmiddels zijn we zo ongeveer
de laatsten van het peloton. Na een poosje nemen we op een
terrasje een tosti en een cola want mijn lichaam was zout
nodig. Eigenlijk kon dat niet want we waren de tijd nog wel
nodig die dag om binnen te komen.
De
Fausto Coppi kapel.
Maar ja, even later in de klim naar de Fausto Coppi kapel
moeten we toch weer even van de fiets. Carla’s waarschuwing
dat ik toch maar beter een tripel kon nemen voor deze tocht
begint steeds beter tot me door te dringen. Om drie uur zijn
we bij de bus die op het 132 km punt stond en vanaf daar is
het nog een kleine 100 km met in de laatste 35 nog twee zware
klimmen. Tom Zuidervliet legt me uit hoe we via de verkorte
route in San Pellegrino terug kunnen komen voor het geval
we het niet redden voor donker thuis te komen. De laatste
afdaling in het donker wordt door de organisatie sterk afgeraden.
Ik geef de moed echter nog niet op, en na enige verfrissingen
en energie middelen springen we weer op de fiets. Enige tijd
na de lange afdaling moeten we weer gewoon trappen. Aan het
einde van de afdaling zie ik het trappen van Pieter al moeizaam
verlopen, en een tijdje later stapt hij even af met de mededeling
dat het absoluut niet meer gaat. We lappen hem wat op met
water en voedsel, doch de batterij blijkt echt leeg. Bij ieder
klim moet hij eraf. Gerrit is nog in het ziekenhuis en na
veel moeite via de telefoon van Frits hebben we het nummer
van Tom Zuidervliet te pakken. De bus is echter al weer bij
Bergamo, uiteindelijk krijgen we Gerrit nog wel te pakken,
maar toen hadden we Pieter al achter gelaten om ergens een
taxi te pakken. Frits en ik fietsen door en worden nog gepasseerd
door Gerrit die de patiënt uit het ziekenhuis had gehaald
met 27 hechtingen in de knie. Het had nog erger gekund moet
je maar denken. (kun je me even een mailtje sturen hoe het
nu met je is jan@jan-mulder.com)
Bezinnen,
en toch maar afsnijden.
We komen om halfacht bij het punt onder de weg naar Pellegrino
waar we het besluit moeten nemen om de laatste twee beklimmingen
af te snijden. Even rekenen leert ons dat we daar nog minsten
twee en half uur voor nodig zijn en het werd al schemerig.
We zouden dus na tienen binnen komen wat absoluut onverantwoord
was. Kiezen voor de verkorte route dus, en we zijn om acht
uur bij de finish. Daar komen de mannen en vrouwen die wel
de hele afstand deden nog binnen druppelen. Proficiat allemaal.
In
het hotel onder de spaghetti maaltijd bespreken we wat er
zo fout ging deze trip.
We hadden de briefing van Gerrit gemist omdat we in het hotel
ernaast zaten.
De georganiseerde stops stonden niet in de beschrijving zodat
we ons daar niet op konden richten.
Ik miste de materiaal wagens met Jaap en Dickie of de familie
Bellis in de achterhoede voor de nodige coaching en ondersteuning.
Wanneer je geen goede klimmer bent moet je in Lombardije gewoon
een uur eerder starten vanwege de afstand in combinatie met
het zware klimwerk
Een
klassieker met een minnetje, dus zal ik over twee jaar weer
opnieuw starten.
Jan
Mulder, Purmerend.
|