Home
Het welverdiende diploma
Na 275 kilometer waarvan 40 kasseien.
 
 
 

 

Startnummer
 
 
 
 
 

 

Parijs - Roubaix

 
                                                                                                   
Op zaterdag 8 juni vertrekken we met drie bussen van Le Champion vanuit Zaandam naar Noyon bij Parijs. Er hadden zich 133 deelnemers ingeshreven uit alle delen van het land. Ik kon uiteraard al een aantal bekenden begroeten waarvan een aantal ook met hun klassieker brevet bezig waren of ik had ze al op eerdere tochten ontmoet. We liepen nog even drie uur vast in een file voor Breda, maar tegen zeven uur 's avonds waren we dan toch in het hotel. Na enige moeite hadden Martin (mijn buurman) en ik ook onze kamer. Ondanks onze vroege inschrijving waren ze ons even vergeten, maar na enig geschuif zaten wij weer samen. In de bus en onder het diner had ik uiteraard al even de basis groep samengesteld waarmee ik de volgende dag zou kunnen fietsen. We gingen op tijd naar bed en stonden om half-vier op en na het Franse ontbijt (stokbroodje en croissant en koffie) pakten we onze spullen om naar de start te vertrekken. Onderweg naar de start komen we de eerste groepen Franse deelnemers al tegen die in het donker met licht op de fiets vertrokken. Wij starten om half zes in een peleton van ca. 15 rijders. Waaronder mijn basisgroep voor de rest van de dag Pieter en Rob uit Medemblik en Cees uit Enkhuizen, verder zijn er Ruud (onze voorzitter) Carla, Theo en Jaap en Martin.

 

Mijn startnummer.

We starten voortvarend met de wind in de rug en het weer is prachtig en uiteraard in een goed tempo. Even later gaan we al een grote groep voorbij die niet aansluiten. Ruud, Carla, Theo en nog een paar sluiten bij die groep aan en wij gaan met zijn achten verder. Na een half uurtje overleggen Pieter en ik wat te doen. Cees, Rob, Martin en Wil draaien voor ons een te hoog tempo dus wij besluiten ons af te laten zakken naar de andere groep. Peter en ik kennen elkaars tempo nog van het Klassieker weekend van 2000 en we wisten wat we ongeveer van elkaar konden verwachten. We peddelen met zijn tweeën een tijdje door lekker in de zon en genieten van de omgeving. Plots duiken Cees en Rob voor ons op. De mannen hadden op ons gewacht en besloten hun tempo aan te passen aan de onze. Rob is van nature een heel sterke fietser en Cees heeft ook sterke benen. (was in Vlaanderen twee uur voor me binnen) Ze mochten er eerst een tijdje achter dan kwam het tempo tenminste niet te hoog. Voor we bij eerste stop zijn bij 80 km passeren we al enige vroeg vertrokken groepen Fransen die het rustig aan doen.
De stops zijn goed verzorgt met drinken en cake en andere dingen die een fietser onderweg moet hebben. Het is ook heel erg prettig dat je niet iedere keer moet betalen. Dat geeft maar rijen en wachttijden. Wanneer we vertrekken komt de groep Championniers achter ons binnen. Ook is het prettig dat mijn meniscus in de knie die met lopen veel problemen geeft nu absoluut geen pijn geeft.
We gaan weer verder met Rob en Cees voorop nu. Af en toe even oppassen want Cees ziet de pijlen wat laat. Bij 100 km komen de eerste "Kasseien" en begint de tocht echt. We zitten daar nog op een behoorlijk gemiddelde van ca. 27 km/uur doch dat zal snel dalen. Na een paar stroken begin ik er aan te wennen en met de 52/19 erop is het de kunst in het juiste spoor tegen de 25 km/uur te onderhouden. Na 132 km knal ik bij zo'n strook achter Pieter op een dikke kei en ja hoor de voorband klapt stuk. Ik ga lekker in de zon de band wisselen en plak meteen de lekke even. Als ik weer opstap is het nog 18 km naar de volgende stop, en warempel ik tref het weer eens. Een groepje jongen meiden uit Utrecht met nog een paar aanhangers die later helemaal stuk zouden gaan paseren me en ik sluit aan. De meiden trappen zo tussen de 30 en de 35 en in een lang lint gaan we met een beetje tegen wind naar de tweede stop. Ik bedank ze even voor de lift en tref mijn groep weer.
Nu begint het zwaarste gedeelte van de tocht met een aantal stroken dicht op elkaar. De "Kasseien" je gelooft het niet beginnen te wennen en ik ga er steeds beter over.(Mulder, Museeuw familie misschien) Het kost echter wel kracht en als de stroken lang zijn is dat heel vermoeiend. En ja hoor bij 180 km knal ik weer over een hoog liggende kassei en weer lek. Na het wisselen is het niet ver tot de volgende stop en daar zijn gelukkig Cees, Rob en Pieter weer die iedere keer op me wachten en me ook nog tijd geven even te herstellen. Voor mij begon het al een echte Parijs-Roubaix te worden. Iedereen raakt vermoeid en vooral Rob sleurt de groep in deze fase met tegenwind mee. Even later moet ik echter mijn band bijpompen die niet helemaal dicht was en ben ik ze kwijt. Frank komt juist voorbij diep op het stuur liggend, doch die ziet me niet. Even later passeer ik hem weer op de kasseien waar ik nog steeds goed over heen ga.
Vanuit de laatste stop bij 210 vertrekken we weer met zijn vieren. Hier treffen we ook de materiaal wagen van Le Champion. Kan ik eindelijk mijn banden op juiste druk laten bijpompen. De laatste groep uit onze bus zit dan ongeveer drie kwartier achter ons. Ik besluit al snel om het laaste deel in mijn eigen tempo verder te gaan. Op deze wijze kan ik nog enigszins herstellen tussen de stroken in, en er komen nog een paar "hele" zware in het laatse deel. Ik moet nogmaals van de fiets om mijn zadel in de goede stand terug te zetten. In een dorpje houdt een oud Frans Omaatje mijn fiets even vast terwijl ik sleutel. Ook krijg ik van haar nog een volle bidon mineraal water voor de laatste kilometers en ik ga weer. De wind is weer gunstig het laatste deel en het gevoel van euforie dat ik het ga volbrengen begint langzaam te komen.en geeft me weer nieuwe kracht. En dat is maar goed ook, want er komen drie stroken van 1800, 2100 en 1100 meter achter elkaar. Daarna is het nog ongeveer 12 kilometer naar Roubaix. Daar kom ik in mijn eentje toegejuicht door Martin en andere Franse wachtenden binnen in het "Velodrome" waar ik mijn ererondje rijd om kwart voor zeven 's avonds.

Deze "klassieker" heb ik onder goede omstandigheden goed gedoseerd volbracht met dank aan:

 

1. Het goede weer. (met regen was het beslist modderen en glijden geworden i.p.v. stof happen)
2. De goede organisatie en goed gepijlde route.
3. Cees, Rob en Pieter.

We hebben samen een gezellige sportieve dag gehad die ik nooit zal vergeten.

 

Drie maal lek, zadel los etc. maakten het een echte klassieker